125 g. bloem
125 g. boter
100 g. doorregen spek
3 uien (ongeveer 100 g.)
½ theelepel suiker
Ingrediënten voor het bestrijken:
1 eiwit
1 ei dooier
wat melk
boter voor het bakblik
Bereiding:
Bereiding een dag van te voren noodzakelijk.
De bloem boven het werkblad zeven.
De boter, 1½ eetlepel water en een snufje zout er aan
toevoegen.
Dit alles snel tot een gladde deeg kneden. Van het deeg een
bal vormen en deze 's nachts afgedekt in de koelkast laten rusten.
Voor de vulling het spek en de uien in heel fijne blokjes snijden.
De blokjes onder voortdurend roeren op een laag pitje stoven.
Wat suiker toevoegen en laten afkoelen.
De volgende dag.
Het deeg erg dun uitrollen en er met een glas (ca. 6 cm. doorsnede)
ongeveer 35 cirkels uitsteken.
De randen met eiwit bestrijken.
In het midden telkens een halve theelepel van het spek en uien
mengsel op de uitgestoken cirkel scheppen en het deeg dicht
vouwen.
Met een vork de randen goed aandrukken.
De oven op 200°C voorverwarmen.
De eidooiers met wat melk loskloppen en de deegflapjes ermee
bestrijken.
De pastei-gebakjes op een ingevet bakblik leggen en op de tweede
richel van onder in de oven plaatsen.
De gebakjes ongeveer 20 minuten bakken tot ze licht geel zijn.