1 kleine knolselderie
3 eetlepels citroensap
2 sjalotjes
20 g. roomboter
1 takje tijm
½ bosje gehakte peterselie
1 eetlepel cognac
1 l. bouillon
zout, peper
Bereiding:
Boven- en onderkant van de knolselderie dun eraf
snijden. Met een groot mes de schil van de rest van de knolselderie
afsnijden. De kolselderie in dunne plakken snijden (julienne)
en daarna in blokjes (brunaise). Tot gebruik bewaren in ruim
water met 3 eetlepels citroensap.
Sjalotjes pellen en snipperen. In een pan de boter smelten.
Sjalotjes ca. 2 minuten zachtjes bakken.
De knolselderie uit het water halen en ca. 1 minuut al omscheppend
meebakken.
De bouillon en tijm toevoegen.
Selderie ca. 10 minuten op en laag vuur koken.
De tijm uit de pan halen.
De soep op smaak brengen met zout, peper en cognac.
Gehakte peterselie als laatste toevoegen.